Verkenning haalbaarheid terugwinning cellulose uit primair slib

 

Cellulose wordt over het algemeen teruggewonnen door fijnzeving van rioolwater. Cellulose kan echter ook worden teruggewonnen uit primair slib. Deze slibstroom ontstaat doordat rioolwater wordt voorbezonken en bevat een grote mate van organische stof en cellulose. Bij rwzi’s met voorbezinking pakt de business case voor de inzet van fijnzeven vaak negatief uit. Voorbezinking wordt echter op vele grote RWZI’s in Nederland toegepast. Het afscheiden van cellulose uit de slibstroom die deze voorbezinkers produceren, kan zeer lucratief zijn, blijkt uit onderzoek wat Mirabella Mulder Waste Water Management heeft uitgevoerd voor STOWA in samenwerking met de werkgroep cellulose van de Energie en Grondstoffen Fabriek.

 

Op basis van het onderzoek in dit rapport, lijkt het zeer aannemelijk dat 35-40% van primair slib uit vezels bestaat; deze vezels bestaan voor 50-80% uit cellulose. Daarnaast bevatten deze vezels een klein aandeel hemicellulose en lignine en een zeer klein deel organische verontreinigingen. Deze vezels zijn goed vergelijkbaar met papiervezels, welke tevens bestaan uit een groot deel cellulose en een kleiner deel hemicellulose en lignine. De combinatie van cellulose, hemicellulose en lignine, zoals dit ook in plantaardig materiaal voorkomt, wordt in dit rapport de ‘cellulosevezel’ genoemd.

Door inzet van relatief eenvoudige technieken, bekend vanuit de papierindustrie, kan een significant deel van de cellulosevezels uit primair slib worden teruggewonnen. Deze teruggewonnen cellulosevezels uit primair slib kenmerken zich door een hoge kwaliteit. De cellulosevezels zijn relatief lang (gemiddeld 1,0-1,1 mm), niet mechanisch of biologisch aangetast en zijn van hoge kwaliteit. Het overgrote deel is afkomstig van doorgespoeld toiletpapier.

 

De opwerkprijs matcht met de afzetwaarde voor cellulosevezels uit primair slib. Of de kwaliteitseisen ook matchen is lastig te bepalen. Dit kan alleen wordenbepaald, als er voldoende volume wordt geproduceerd aan vezelproduct, waarmee testen kunnen worden uitgevoerd door potentiële afnemers. Bovendien zijn de resultaten in dit
rapport gebaseerd op labonderzoek en zullen deze zich in de praktijk moeten bewijzen. Op basis van de resultaten in dit onderzoek, wordt daarom aanbevolen om pilotonderzoek uit te voeren naar het terugwinnen van cellulosevezels uit primair slib. Dit onderzoek dient opgezet en uitgevoerd te worden in samenwerking met potentiële afnemers. De schaalgrootte van deze pilot moet dermate groot zijn, dat resultaten kunnen worden doorvertaald naar een praktijksituatie.