Toiletpapier wordt in de meeste westerse landen op het riool geloosd en samen met het
afvalwater in een rioolwaterzuivering (rwzi) behandeld. Een gemiddelde inwoner van West Europa verbruikt gemiddeld circa 10 – 14 kg per jaar; dit is in de orde grootte van 30% tot 50% van de zwevende bestanddelen van het influent van communale rwzi’s.

 

Toiletpapier (papiervezels) kan met behulp van fijnzeven met een maaswijdte < 0,5 mm uit het afvalwater verwijderd worden. Deze fijnzeven zijn verkrijgbaar in verschillende typen: als band- en als trommelzeef. De bandzeef van de firma Salsness is verreweg het meeste getest in Nederland.

 

 

Door fijnzeven in te zetten op het influent van RWZI’s wordt droge stof en organische stof afgescheiden. Dit heeft de volgende voordelen:

1. De organische stof belasting van de waterlijn wordt lager, waardoor minder energie nodig is voor de beluchting en minder slib wordt geproduceerd.

2. Het zeefgoed dat wordt geproduceerd heeft een hoger drogestofgehalte dan ingedikt zuiveringsslib, waardoor er minder transporten over de weg nodig zijn.

3. Het fijnzeefgoed bestaat voornamelijk uit cellulose en kan naar verwachting nuttig worden toegepast als grondstof voor bijvoorbeeld de papier- en kartonindustrie, isolatiemateriaal, kattenbakvulling, afdruipremmers in asfalt en bioplastics voor bijvoobeeld biologisch afbreekbare plantenpotten voor in de tuin.

 

Mirabella Mulder Waste Water Management heeft voor de Werkgroep Cellulose van de Grondstoffenfabriek de economische en praktische haalbaarheid bepaald van het proces van fijnzeving van influent in Nederland op basis van een vergelijking van reeds uitgevoerde business case berekeningen. Uit deze analyse komt naar voren dat de volgende elementen doorslaggevend zijn voor het al dan niet positief zijn van een business case:

  1. Benodigde uitbreiding van de biologische capaciteit van de rwzi ≥ 10%

  2. Afzetprijs van het zeefgoed

  3. Slibverwerkingskosten